De dagen schieten voorbij. In Duitsland zijn we niet meer uit eten geweest zoals jullie begrijpen. We hebben prachtig weer daar gehad en overschrijden structureel ons stappendoel elke dag. Zelfs een keer gaan joggen nadat we eerst voor Barbara nieuwe loopschoenen hebben gekocht bij de Declathon. De oude was ze “vergeten” in te pakken. Vanwege het dagritme gingen we pas midden op de dag lopen. Het was vanwege een koele bries door het dal dat we niet op de gemeentelijke begraafplaats geëindigd zijn.

Wat ik nog wel met jullie moet delen is dat er in Tiefenthal meer teken dan inwoners zijn. We hebben denk ik een half pond van deze bloedzuigende ziekteverspreiders verzopen. Het was niet bij te houden zoveel. En allemaal uit eigen tuin. Er lag een mooie laag boomschors in de tuin en ik vermoed dat dit het equivalent is van een varkensflat voor teken. De harige jongens hebben vlak voor de reis hun maandelijkse dosis gif gekregen dus die teken zuigen zich hun eigen dood tegemoet. Maar die rakkers van je eigen benen moeten plukken is wat minder. Het was dus even opletten maar Barbara en ik zijn niet gebeten. Hier in Oostenrijk valt het reuze mee. Buiten een verdwaalde teek uit Duitsland hebben we ze hier nog niet echt gezien.

Aankomen in huis Boris voelt als thuis. Lekker groot, veel hout, mooie tuin en een heerlijk balkon met uitzicht op de bergen. De herinneringen van 5 jaar geleden borrelen weer op en met een beetje hulp van oude foto’s met locatie aanduiding weten we al snel onze weg te vinden. De conditie is echter ook vijf jaar ouder.