Tja, wat kan je schrijven over Tiefenthal? Het is een diep dal met een kerk en wat huizen. Het dorpje kent verder twee horeca gelegenheden waarvan één (verreweg de knapste) voor langere tijd gesloten is. Ik schat in dat de uitbater landurig arbeidsongeschikt thuis zit met een Bore Out.

Wij gaan in ieder geval lekker wandelen om een gezonde eetlust op te bouwen voor een authentieke Duitse fine dining experience. We wilden even op de kaart spieken maar er stond een heel oud mannetje in de poort die ons meteen aansprak. Het ging volgens mij over honden maar ik was teveel afgeleid door zijn gele tanden. Van die geelbruine zerken die je ziet bij ouderen die een tandenborstel een luxeartikel vinden en liever een vinger met groene zeep gebruiken. Het schuim in de mondhoeken was het stille bewijs. Op dat moment hadden we ons plan moeten aanpassen want deze man blijkt de eigenaar, kok, ober en schoonmaker te zijn. Dat laatste is een bijbaantje schat ik. De reviews variëren van lieve man maar vreselijk restaurant tot alleen aardige man.

Omdat we een sterk gestel hebben en wel van een uitdaging houden stappen we s’avonds door de poort. Een schelle bel kondigt onze komst aan en cerberus stormt recht op ons af maar staakt zijn geblaf als hij de geur van Loki en Rakas op mijn broek ontdekt. Uit een donkere spleet in de muur strompelt de oude man met een ongelofelijke en verwarde blik in zijn ogen op ons af. “Echt? Klanten?” We zijn de eersten maar ook de laatsten van de avond. Gezien de staat van het meubilair en de leeftijd van onze gastheer vragen we bij voorbaat of we met een kaart kunnen betalen en je raadt het al. Deze man denkt alleen in contanten, waarschijnlijk nog de Deutsche Mark. Ik moet dus eerst op zoek naar een ATM en een half uur later zijn we terug met knisperende 100 euro biljetten. Ik kan me niet meer heugen die in Nederland gezien te hebben maar hier komen ze gewoon uit de muur.

We gaan eindelijk zitten en het lampje boven onze tafel mag gelukkig aan om het menu te lezen. Die is overdadig in zijn eenvoud dus we houden het bij een Schnitzel. We bestellen maar precies hetzelfde want dan kan hij àlles gewoon maal twee doen. Tweemaal Jägerschnitzel mit pommes und salat. En uiteraard de heerlijke (echt waar) regionale wijn. We worden gecomplimenteerd met onze keuze en onze kok wordt even de Barkeeper. Alle handelingen gaan in het tempo wat je mag verwachten en worden begeleid door afwisselend kreuntjes en gezucht. Barbara’s controleert altijd het glas en maakt me attent op een gemene barst in mijn glas dus voordat mijn witte wijn in een rode verandert stap ik achter de bar om het over te gieten in een ander glas. De ober is namelijk kok geworden en schuift door de keuken. De deur staat open dus ik zie hem aan het werk, gelukkig begint hij wel met zijn handen te wassen. Wat daarna gebeurt duurt te lang om op te schrijven maar na ongeveer een uur staan er twee borden met Schnitzel en patat op tafel met een sidedish van sla. De tent staat blauw van de aangebrande boter omdat hij blijkbaar vergeten is het vuur onder de pan uit te doen net als hij vergeet de deur van de koelkast dicht te doen. Binnen tien minuten zijn we klaar met eten en dessert of koffie slaan we maar over. De rekening zorgt voor een combinatie van data overflow en een paniekaanval. De arme man probeert met pen en papier iets uit te rekenen. Samen met zijn menu als geheugensteun buigt hij zich twintig minuten over de opgave, maar komt er niet uit. Hij denkt dat we €28,50 moeten betalen terwijl ik uit mijn hoofd al op €63 zit. Ik kan het niet laten grapjes te maken en Barbara krijgt de slappe lach. De dapeling raakt helemaal in de war als hij de zakelijke portemonnee kwijt is. Met waterige ogen van ongeloof blijft hij maar dezelfde laden opentrekken met hetzelfde resultaat. Geen portemonnee.

Barbara houdt het niet meer en vlucht gierend naar huis. Ik blijf achter om te bedenken hoe ik het met deze man tot een comfortabel einde kan brengen. Ik pak zijn blocnote en pen af en reken hem voor dat het inderdaad €63 is. Om chaos te voorkomen maak ik er €70 van en vraag €30 terug. Dat gaf echter wat kortsluiting. Ich habe kein geld. Was het enige dat hij kon stamelen. Ik dacht nog “een fiets is ook goed” maar dat heb ik niet gezegd. Het was te zielig. Gelukkig had hij wel zijn eigen portemonnee met daarin €50. Ik had gelukkig nog een briefje van twintig dus ik dacht: Endlösung. Maar dat is geen correct Duits volgens mij. Ik geef de man dus honderdtwintig euro en pik zijn briefje van 50 en roep vrolijk “Aufgelöst” wat wel weer goed Duits is. De lieve man snapt er niets meer van maar begrijpt dat hij het moet laten voor wat het is. Misschien geldt dat wel voor zijn hele onderneming.