Zodeknetter, dat was vroeg. Om 02:30 ging de wekker vanochtend na een paar uurtjes onrustig draaien. Als een dief in de nacht zijn we het huis uitgeslopen om de jongens niet mee te laten genieten van ons vertrek naar Sicilië, want het is en blijft een gewone werkdag. Gelukkig speelden de honden het spelletje mee en hielden ze het rustig. 

Auto parkeren op P3 en voordat we het in de gaten hebben, zitten we op tijd en comfortabel (not) op een Transavia stoel. Gelukkig is de vlucht te kort om een serieuze knieblessure op te lopen. We hebben wind mee en we vliegen met 900km per uur in 2 uur en 30 minuten naar Catania op Sicilië. We vliegen pal langs de Dame Etna, die als een puffende travestiet op haar rug ligt te roken. 

Op de luchthaven zoek ik ter vergeefs naar Sunny Cars autoverhuur. Na herlezen van de voucher is de service gegund aan een lokale partij. Die zit natuurlijk niet in de aankomsthal met alle bekende verhuurbedrijven, maar ook niet buiten op het verhuurplein waar alle auto’s staan. Nee, er blijkt nog een VIP plaza te bestaan achter de rest. Inmiddels heb ik mijn 10.000 stappen voor het ontbijt al op de teller staan. 

Eenmaal gevonden zijn we hartstikke blij, want 1 stel is reeds in het kantoortje bezig een auto te bemachtigen, en we sluiten aan bij het buiten wachtende Nederlandse stel. Hoelang kan zoiets duren, denk je dan. 

Nou, dat kan zeker vijf kwartier duren als de dame die je helpt een indicatie heeft. Beroepsmatig herken ik het type direct. Hartstikke vriendelijk en behulpzaam, maar elk stapje in de computer wordt met 1 vinger en zweet op de bovenlip uitgevoerd. 

Ons krijgen ze echter niet gek, en uiteindelijk storten we ons in het chaotische Cataniaanse verkeer. Het enige verschil met Marokko is dat de ezels hier niet op de weg lopen, maar in de auto zitten. 

Wat is Nederland toch een toppertje wat betreft infrastructuur en rijgedrag. 

Op weg naar ons verblijf stoppen we op drie toeristische trekpleisters. Een mooie kerk, een rots in zee en nog een kerk. 

Gelardeerd met heerlijke Italiaanse koffie, pistache cornetto’s en een frisje op het terras. 

Het vastgoed hier kan wel een financiële injectie uit Europa gebruiken, dus reizen we door naar Donna Carmela, ons hotel. 

De toegangspoort tot de hemel wordt hier niet door Petrus bewaakt, maar door twee in het groen gestoken engeltjes die in tegemoet komen rennen en ons hartelijk welkom heten. Ik weet nog steeds niet wie Donna is en wie Carmela, maar na inleveren van de autosleutel, paspoorten en creditcard krijgen we een persoonlijke rondleiding over het landgoed en worden we verwend met een lichte lunch en een lokale (heerlijke) wijn. 

Met onze laatste wilskracht slepen we ons onder begeleiding naar onze Lodge, die groter is dan menig vakantiehuisje. 

Straks wordt het lekker dineren op zijn sjiekst, zullen we maar zeggen. Morgen gaan we de Dame bezoeken.